Bert Villa

Carbon

Atelier B / Gouvernement

Op prospectie in Bekegem raakte Bert Villa in de ban van de schouw, als baken van warmte en civilisatie. Op een akker wordt deze constructie uit zijn context gehaald en nodigt zo uit tot een nieuwe interpretatie. Van verwoestend tot creërend, met zijn installatie onderzoekt hij de mogelijkheden van het vuur, met nadruk op experiment en collectiviteit.

In zijn eigen werk speelt Bert met het instinctief weglaten van zogenaamde feiten en vermeende waarheden, om zo plaats te maken voor een alternatieve werkelijkheid; niet zelden op de grens tussen technologische vooruitgang en beproefde volkswijsheden. Met Lydia Karagiannaki is hij momenteel resident in De Koer (Gent), als archeoloog van het verleden, het heden en de toekomst.

Lees meer

Interview Bert Villa

Door Vincent Focquet
Bert Villa (°1991) is architect, kunstenaar en alles daartussenin. In zijn werk gaat hij op zoek naar wat het betekent om te bouwen en hoe ruimtes op nieuwe manieren ingevuld kunnen worden. We bespreken de publieke ruimte en manieren om ze te (be)bouwen. Daarnaast is er een plotse fascinatie voor het fenomeen van de schouw.

VINCENT FOCQUET: Je studeerde architectuur. Hoe kwam je via je praktijk als architect in het kunstenveld terecht?
BERT VILLA: Een eerste prikkel kwam er toen ik tijdens mijn studies vrijwillig bij de Gentse kunstruimte 019 werkte. De grootste invloed was echter de stage die je verplicht doorloopt bij de opleiding tot architect. De eerste paar maanden van die stage kunnen vrij ingevuld worden. Zo kwam ik bij het Berlijnse collectief  constructLab terecht. Bij hen leerde ik breder denken dan permanente gebouwen, en vervaagden voor mij de grenzen tussen de fasen van het ontwerpen en het bouwen.

Hoe zie je je statuut dan op dit moment?
Ik werk voornamelijk als architect bij een bureau. Daarnaast begeef ik me op een dunnere grens tussen architectuur en bouwen, tussen tijdelijke invullingen en permanente activaties met constructLab, en doe ik een project bij het Gentse buurt– en cultuurplatform de Koer. Ik voel dat ik daar de rol aanneem van ontwerper en dat ik steeds op zoek ga naar een soort van methodologie voor het bouwen. Ik voel niet echt de nood om nu een keuze te maken tussen architect of kunstenaar. Ik wil vooral zoveel mogelijk bijleren, misschien is ‘ontdekkingsreiziger’ wel een leuke term.

Je lijkt de bouwfase niet als een noodzakelijk kwaad te zien dat zo efficiënt mogelijk aangepakt moet worden, maar als een doel op zich. Hoe werkt dat?
Bouwen en ontwikkelen gaan bij mij meer hand in hand. Ik probeer niet te snel een beslissing of ontwerp vast te leggen, en laat ruimte voor spontaniteit en naïviteit. Omdat de meeste projecten op kleinere schaal plaatsvinden, kunnen ze snel evolueren. De input van toevallige passanten of buurtbewoners kan zo het proces beïnvloeden. De energie die vrijkomt wanneer mensen samen aan iets werken is ongelooflijk. Door het gemeenschappelijke doel verandert de manier waarop de betrokkenen met elkaar praten helemaal. Tijdens zo’n proces denken we allemaal dat alles mogelijk is. Dat maatschappelijk proces, waarbij een collectief samen aan iets bouwt, kan door de openheid van het ontwerp stollen in het bouwwerk zelf. Wanneer het project af is, dan kan het opnieuw dienen om maatschappelijke processen te ondersteunen door bijvoorbeeld een plek te bieden waar mensen samen kunnen komen.

 

“De energie die vrijkomt wanneer mensen samen aan iets werken is ongelooflijk.”

 

Het grootste deel van je werk bestaat uit tijdelijke constructies. Hoe verhoudt de architectuur zich tot die tijdelijkheid?
De constructies die we met  constructLab bouwen zijn inderdaad hoofdzakelijk tijdelijk. Dat komt ook door het feit dat we vooral met gerecycleerde en goedkope materialen werken. Maar ik merk dat hoewel de constructies verdwijnen, er sporen nablijven. Toen we in Genk bijvoorbeeld The Arch bouwden, ontstond er tijdens dat bouwen een gemeenschap die bleef bestaan hoewel het bouwwerk zelf al lang verdwenen was.

Wat ben je op PLAN B van plan?
Ik vind het belangrijk dat ik niet gewoon een idee importeer en het dan zomaar ergens neerpoot. Het project moest echt uit Bekegem zelf komen. Toen ik rondreed in Bekegem raakte ik plots gefascineerd door de schouwen. In de manier waarop ze gebouwd zijn, zit veel karakter. Zo zijn er schouwen die er heel gebricoleerd uitzien, maar ook heel ‘mooie’ schouwen die met inox afgewerkt zijn.

Wat maakt schouwen zo interessant?
De schouw is als teken heel geladen. Het duidt van buitenaf aan dat er vuur en dus verwarming is. Het is een baken van warmte en civilisatie, bijvoorbeeld in het geval van fabrieken. Maar aan de andere kant las ik ook dat vuur ons in de geschiedenis uit de bossen heeft gejaagd, omdat het er natuurlijk voor brand zorgde. Toen we dan op de open vlakte kwamen, zagen we plots de anderen en moesten we voor onze eigen beschutting zorgen. Vuur vond toen een plaats binnen in de hutten. Het heeft ons dus doen vluchten, maar is daarna teruggekomen als een soort versterking.

Wat kunnen we dan concreet verwachten?
Ik wil op een akker een grote schouw bouwen. De schouw wordt dan een baken van civilisatie. Mensen zullen zich verbazen over de plek van de schouw, want op die akker is hij natuurlijk volstrekt onnodig. Net door het uit zijn context te halen, kunnen we nadenken over het fenomeen van de schouw. Ik ga proberen de opbouw zelf open te houden voor input uit Bekegem, maar door de korte duur van het project zou dat moeilijk kunnen worden. Ik denk dat het werk vooral wanneer het af is sociale dynamieken zal genereren. Het zou mooi zijn om weer samen rond vuur te kunnen verzamelen.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018 

Lees minder

Bert Villa

Bio

Bert Villa (°1991, B) studeerde in 2016 af als architect aan Sint-Lucas Gent. Sindsdien was hij betrokken bij verschillende projecten en collectieven, waaronder 019, architectenbureau Cousée & Goris en het Berlijnse Constructlab. Bij deze laatste werkte hij mee aan het project The Arch, een zelf-ontwikkelde structuur die een zomer lang bewoond en beleefd werd door bewoners, bezoekers, onderzoekers en residenten.

Atelier B Gouvernement

Op prospectie in Bekegem raakte Bert Villa in de ban van de schouw, als baken van warmte en civilisatie. Op een akker wordt deze constructie uit zijn context gehaald en nodigt zo uit tot een nieuwe interpretatie. Van verwoestend tot creërend, met zijn installatie onderzoekt hij de mogelijkheden van het vuur, met nadruk op experiment en collectiviteit.

In zijn eigen werk speelt Bert met het instinctief weglaten van zogenaamde feiten en vermeende waarheden, om zo plaats te maken voor een alternatieve werkelijkheid; niet zelden op de grens tussen technologische vooruitgang en beproefde volkswijsheden. Met Lydia Karagiannaki is hij momenteel resident in De Koer (Gent), als archeoloog van het verleden, het heden en de toekomst.

Interview Bert Villa

Door Vincent Focquet
Bert Villa (°1991) is architect, kunstenaar en alles daartussenin. In zijn werk gaat hij op zoek naar wat het betekent om te bouwen en hoe ruimtes op nieuwe manieren ingevuld kunnen worden. We bespreken de publieke ruimte en manieren om ze te (be)bouwen. Daarnaast is er een plotse fascinatie voor het fenomeen van de schouw.

VINCENT FOCQUET: Je studeerde architectuur. Hoe kwam je via je praktijk als architect in het kunstenveld terecht?
BERT VILLA: Een eerste prikkel kwam er toen ik tijdens mijn studies vrijwillig bij de Gentse kunstruimte 019 werkte. De grootste invloed was echter de stage die je verplicht doorloopt bij de opleiding tot architect. De eerste paar maanden van die stage kunnen vrij ingevuld worden. Zo kwam ik bij het Berlijnse collectief  constructLab terecht. Bij hen leerde ik breder denken dan permanente gebouwen, en vervaagden voor mij de grenzen tussen de fasen van het ontwerpen en het bouwen.

Hoe zie je je statuut dan op dit moment?
Ik werk voornamelijk als architect bij een bureau. Daarnaast begeef ik me op een dunnere grens tussen architectuur en bouwen, tussen tijdelijke invullingen en permanente activaties met constructLab, en doe ik een project bij het Gentse buurt– en cultuurplatform de Koer. Ik voel dat ik daar de rol aanneem van ontwerper en dat ik steeds op zoek ga naar een soort van methodologie voor het bouwen. Ik voel niet echt de nood om nu een keuze te maken tussen architect of kunstenaar. Ik wil vooral zoveel mogelijk bijleren, misschien is ‘ontdekkingsreiziger’ wel een leuke term.

Je lijkt de bouwfase niet als een noodzakelijk kwaad te zien dat zo efficiënt mogelijk aangepakt moet worden, maar als een doel op zich. Hoe werkt dat?
Bouwen en ontwikkelen gaan bij mij meer hand in hand. Ik probeer niet te snel een beslissing of ontwerp vast te leggen, en laat ruimte voor spontaniteit en naïviteit. Omdat de meeste projecten op kleinere schaal plaatsvinden, kunnen ze snel evolueren. De input van toevallige passanten of buurtbewoners kan zo het proces beïnvloeden. De energie die vrijkomt wanneer mensen samen aan iets werken is ongelooflijk. Door het gemeenschappelijke doel verandert de manier waarop de betrokkenen met elkaar praten helemaal. Tijdens zo’n proces denken we allemaal dat alles mogelijk is. Dat maatschappelijk proces, waarbij een collectief samen aan iets bouwt, kan door de openheid van het ontwerp stollen in het bouwwerk zelf. Wanneer het project af is, dan kan het opnieuw dienen om maatschappelijke processen te ondersteunen door bijvoorbeeld een plek te bieden waar mensen samen kunnen komen.

 

“De energie die vrijkomt wanneer mensen samen aan iets werken is ongelooflijk.”

 

Het grootste deel van je werk bestaat uit tijdelijke constructies. Hoe verhoudt de architectuur zich tot die tijdelijkheid?
De constructies die we met  constructLab bouwen zijn inderdaad hoofdzakelijk tijdelijk. Dat komt ook door het feit dat we vooral met gerecycleerde en goedkope materialen werken. Maar ik merk dat hoewel de constructies verdwijnen, er sporen nablijven. Toen we in Genk bijvoorbeeld The Arch bouwden, ontstond er tijdens dat bouwen een gemeenschap die bleef bestaan hoewel het bouwwerk zelf al lang verdwenen was.

Wat ben je op PLAN B van plan?
Ik vind het belangrijk dat ik niet gewoon een idee importeer en het dan zomaar ergens neerpoot. Het project moest echt uit Bekegem zelf komen. Toen ik rondreed in Bekegem raakte ik plots gefascineerd door de schouwen. In de manier waarop ze gebouwd zijn, zit veel karakter. Zo zijn er schouwen die er heel gebricoleerd uitzien, maar ook heel ‘mooie’ schouwen die met inox afgewerkt zijn.

Wat maakt schouwen zo interessant?
De schouw is als teken heel geladen. Het duidt van buitenaf aan dat er vuur en dus verwarming is. Het is een baken van warmte en civilisatie, bijvoorbeeld in het geval van fabrieken. Maar aan de andere kant las ik ook dat vuur ons in de geschiedenis uit de bossen heeft gejaagd, omdat het er natuurlijk voor brand zorgde. Toen we dan op de open vlakte kwamen, zagen we plots de anderen en moesten we voor onze eigen beschutting zorgen. Vuur vond toen een plaats binnen in de hutten. Het heeft ons dus doen vluchten, maar is daarna teruggekomen als een soort versterking.

Wat kunnen we dan concreet verwachten?
Ik wil op een akker een grote schouw bouwen. De schouw wordt dan een baken van civilisatie. Mensen zullen zich verbazen over de plek van de schouw, want op die akker is hij natuurlijk volstrekt onnodig. Net door het uit zijn context te halen, kunnen we nadenken over het fenomeen van de schouw. Ik ga proberen de opbouw zelf open te houden voor input uit Bekegem, maar door de korte duur van het project zou dat moeilijk kunnen worden. Ik denk dat het werk vooral wanneer het af is sociale dynamieken zal genereren. Het zou mooi zijn om weer samen rond vuur te kunnen verzamelen.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018 

Bio

Bert Villa (°1991, B) studeerde in 2016 af als architect aan Sint-Lucas Gent. Sindsdien was hij betrokken bij verschillende projecten en collectieven, waaronder 019, architectenbureau Cousée & Goris en het Berlijnse Constructlab. Bij deze laatste werkte hij mee aan het project The Arch, een zelf-ontwikkelde structuur die een zomer lang bewoond en beleefd werd door bewoners, bezoekers, onderzoekers en residenten.