Elias Cafmeyer

R37, ringweg rond Bekegem

Atelier B / Gouvernement

Eindelijk is het zover: één jaar na de goedkeuring en bijna drie jaar na het ontstaan van de plannen gaan we eindelijk van start met de bouw van de langverwachte ringweg rond Bekegem. De R37 is geboren!

In zijn sculpturen werkt Elias doorgaans met ruwe, industriële materialen als beton, metaal en onbewerkt hout. Daarnaast creëert hij ook video-installaties - waarvoor hij, net als bij zijn sculpturen, inspiratie put uit de publieke ruimte. Op een ongedwongen en subtiele manier laat hij deze interageren met de (stedelijke) omgeving en gaat na hoe doorheen wegbewijzering en stedelijke ontwikkeling beweging in een stad georkestreerd wordt. 

WEBSITE

Lees meer

Interview Elias Cafmeyer

Door Vincent Focquet
Beeldend kunstenaar Elias Cafmeyer (°1990) tekent plannen en bouwt maquettes, sculpturen en installaties. In een verborgen tuin met vijver naast het Antwerpse Spoor Oost doet hij zijn fascinatie voor de absurditeit van de stad uit de doeken.

VINCENT FOCQUET: De grote gemene deler van je werk lijkt de publieke ruimte in de stad te zijn. Welke dingen zetten je aan om werk te maken?
ELIAS CAFMEYER: Als ik onderweg ben, vallen mij vaak dingen op. Ik ben bijvoorbeeld net terug van vakantie in Wallonië. Daar hebben we een gigantische dam gezien. De robuuste vorm van de dam en het absurd grote beeld van een leeuw dat erop stond fascineerden mij meteen. Ik vind die vormen vaak ook louter esthetisch heel mooi. Het is meestal vanuit zo’n vormelijke interesse in de stedenbouw dat ik vertrek. In mijn recenter werk probeer ik me ook te focussen op de sociale dynamieken die zich rond deze vormen afspelen. Dat doe ik bijvoorbeeld in Grande Inauguration du Nouveau Métropolitain Anversois, een replica van een metro die ik in 2017 bij FrontStudio in Borgerhout bouwde. De verloederde buitenkant van de trein die contrasteert met de luxueuze binnenkant geeft voor mij een goed beeld van hoe het district Borgerhout in elkaar zit.

Hoe kwam die focus op de stedelijke publieke ruimte in je werk?
Mijn fascinatie voor stedelijkheid begon toen ik, nog voor ik zelfs maar aan een kunststudie dacht, door mijn job als model veel grote steden bezocht. Ik keek er dus nog niet met een artistieke blik naar, maar de stad fascineerde mij mateloos. Ik moest bijvoorbeeld iedere keer als ik een stad bezocht op voorhand precies weten hoe het stadsplan eruitzag.

Je maakt niet alleen sculpturen en installaties maar ook maquettes en proposals. Hoe onderscheiden die vormen zich van elkaar?
Deze vormen lopen in mijn werk in elkaar over. Maquettes kunnen bijvoorbeeld door de manier waarop je ze installeert ook sculpturen worden. Ik volg dus niet per se het stramien tekening-maquette-sculptuur-installatie. Ik kan in principe op elk moment in de ontwikkeling stoppen en het resultaat als afgewerkt product zien. Soms zou ik dat zelfs beter wat radicaler doen. Ik sla ook vaak stappen over. Bij Untitled (Viaduct), een niet-functionele brug tussen twee gebouwen in de Rodestraat in Antwerpen, heb ik bijvoorbeeld nooit een tekening of maquette gemaakt. Anderzijds heb ik ook ontwerpen en maquettes die ik (nog) niet heb gebouwd en dat hoeft ook niet.

“Ik kan de absurditeit van de stad nergens zo goed aantonen als in een dorp. Op die manier kan net Bekegem ons iets leren over wat een stad is.”

Je beelden zijn enerzijds opgebouwd uit erg herkenbare elementen als verkeerslichten, verkeersborden of architecturale vormen. Anderzijds hebben ze een heel vervreemdend effect. Hoe werkt dat?
Die vervreemding is de kern van wat ik doe. Ik creëer situaties die een zekere absurditeit uitstralen. Door bekende objecten uit hun context te halen, laat ik mensen toe na te denken over de betekenis van die objecten. Zo was het levensecht uitziende interieur van de metro in Grande Inauguration du Nouveau Métropolitain Anversois volledig uit hout gemaakt. Ik weet zeker dat de mensen aan wie ik toonde dat de brandslangkast uit recyclagehout gemaakt was, de volgende keer dat ze zo’n kast zien even zullen stilstaan en twijfelen of die nu wel echt is. Dat soort verwarring vind ik fantastisch. Er moet iets wringen aan mijn beelden. Eigenlijk is dat wat Magritte, op een totaal andere manier weliswaar, ook al deed: voorwerpen hercontextualiseren om er op een andere manier naar te kunnen kijken.

Je noemt je schaalmodellen en tekeningen proposals. Is een werk voor de publieke ruimte een toevoeging eraan?
Het is zeker geen toevoeging. Ik probeer eerder het schrijnende of het absurde van de publieke ruimte uit te vergroten. Het is ook heel erg belangrijk voor me dat mijn werk niet functioneel is. Ik zag het woord proposal eigenlijk meer als een voorstel naar een mogelijks geïnteresseerde galerie of museum. Een voorstel voor een werk dus eigenlijk. We zouden het tegelijkertijd ook als een voorstel voor de publieke ruimte kunnen zien, maar dan wel een compleet disfunctioneel voorstel van een totaal geschifte ambtenaar of stedenbouwkundige.

Wat wil je in Bekegem tonen?
De situatie is als volgt: ik doe alsof er een ringweg rond Bekegem komt. Die heb ik al op een stedenbouwkundig plan uitgetekend. De gemeente heeft het net goedgekeurd en de bewoners keren zich tegen het idee. Ik vraag aan mensen om thuis posters op te hangen met slogans als: “Mobiliteit oké, maar wat dan met ons zicht?”

Zo thematiseer je toch de verschillende dynamieken van stedelijkheid en ruraliteit?
Inderdaad, ik verplaats een stedelijk concept naar een dorpelijke context. Het idee van de ring rond Bekegem is disproportioneel. Ik speel daar ook expliciet op in door alle stedelijke elementen mee te nemen in mijn campagne tegen de fictieve ring. De flyers en posters die ik zal verdelen zullen spreken over bevordering van toerisme, parkings, lage emissiezones en een autoluw centrum. Die redeneringen zijn niet alleen absurd in een dorp als Bekegem, maar ook in de stad zelf. Ik kan die absurditeit echter nergens zo goed aantonen als in een dorp. Op die manier kan grappig genoeg net Bekegem ons iets leren over wat een stad is.

 

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018

Lees minder

Elias Cafmeyer

Bio

Elias Cafmeyer (°1990, B) volgde de opleiding Ruimtelijke Kunst aan Sint-Lucas Antwerpen. Daar behaalde hij vorig jaar een Master in de Beeldende Kunst, wat meteen verzilverd werd met de STRT Schot prijs. Zijn werk was eerder al te zien in verschillende exporuimtes in Antwerpen zoals Keteleer Gallery en DE Studio. Van 22 juni tot 2 september exposeert hij in het S.M.A.K. (Gent) als een van de Coming People.

Credits

FOTO Shing Chan

Atelier B Gouvernement

Eindelijk is het zover: één jaar na de goedkeuring en bijna drie jaar na het ontstaan van de plannen gaan we eindelijk van start met de bouw van de langverwachte ringweg rond Bekegem. De R37 is geboren!

In zijn sculpturen werkt Elias doorgaans met ruwe, industriële materialen als beton, metaal en onbewerkt hout. Daarnaast creëert hij ook video-installaties - waarvoor hij, net als bij zijn sculpturen, inspiratie put uit de publieke ruimte. Op een ongedwongen en subtiele manier laat hij deze interageren met de (stedelijke) omgeving en gaat na hoe doorheen wegbewijzering en stedelijke ontwikkeling beweging in een stad georkestreerd wordt. 

WEBSITE

Interview Elias Cafmeyer

Door Vincent Focquet
Beeldend kunstenaar Elias Cafmeyer (°1990) tekent plannen en bouwt maquettes, sculpturen en installaties. In een verborgen tuin met vijver naast het Antwerpse Spoor Oost doet hij zijn fascinatie voor de absurditeit van de stad uit de doeken.

VINCENT FOCQUET: De grote gemene deler van je werk lijkt de publieke ruimte in de stad te zijn. Welke dingen zetten je aan om werk te maken?
ELIAS CAFMEYER: Als ik onderweg ben, vallen mij vaak dingen op. Ik ben bijvoorbeeld net terug van vakantie in Wallonië. Daar hebben we een gigantische dam gezien. De robuuste vorm van de dam en het absurd grote beeld van een leeuw dat erop stond fascineerden mij meteen. Ik vind die vormen vaak ook louter esthetisch heel mooi. Het is meestal vanuit zo’n vormelijke interesse in de stedenbouw dat ik vertrek. In mijn recenter werk probeer ik me ook te focussen op de sociale dynamieken die zich rond deze vormen afspelen. Dat doe ik bijvoorbeeld in Grande Inauguration du Nouveau Métropolitain Anversois, een replica van een metro die ik in 2017 bij FrontStudio in Borgerhout bouwde. De verloederde buitenkant van de trein die contrasteert met de luxueuze binnenkant geeft voor mij een goed beeld van hoe het district Borgerhout in elkaar zit.

Hoe kwam die focus op de stedelijke publieke ruimte in je werk?
Mijn fascinatie voor stedelijkheid begon toen ik, nog voor ik zelfs maar aan een kunststudie dacht, door mijn job als model veel grote steden bezocht. Ik keek er dus nog niet met een artistieke blik naar, maar de stad fascineerde mij mateloos. Ik moest bijvoorbeeld iedere keer als ik een stad bezocht op voorhand precies weten hoe het stadsplan eruitzag.

Je maakt niet alleen sculpturen en installaties maar ook maquettes en proposals. Hoe onderscheiden die vormen zich van elkaar?
Deze vormen lopen in mijn werk in elkaar over. Maquettes kunnen bijvoorbeeld door de manier waarop je ze installeert ook sculpturen worden. Ik volg dus niet per se het stramien tekening-maquette-sculptuur-installatie. Ik kan in principe op elk moment in de ontwikkeling stoppen en het resultaat als afgewerkt product zien. Soms zou ik dat zelfs beter wat radicaler doen. Ik sla ook vaak stappen over. Bij Untitled (Viaduct), een niet-functionele brug tussen twee gebouwen in de Rodestraat in Antwerpen, heb ik bijvoorbeeld nooit een tekening of maquette gemaakt. Anderzijds heb ik ook ontwerpen en maquettes die ik (nog) niet heb gebouwd en dat hoeft ook niet.

“Ik kan de absurditeit van de stad nergens zo goed aantonen als in een dorp. Op die manier kan net Bekegem ons iets leren over wat een stad is.”

Je beelden zijn enerzijds opgebouwd uit erg herkenbare elementen als verkeerslichten, verkeersborden of architecturale vormen. Anderzijds hebben ze een heel vervreemdend effect. Hoe werkt dat?
Die vervreemding is de kern van wat ik doe. Ik creëer situaties die een zekere absurditeit uitstralen. Door bekende objecten uit hun context te halen, laat ik mensen toe na te denken over de betekenis van die objecten. Zo was het levensecht uitziende interieur van de metro in Grande Inauguration du Nouveau Métropolitain Anversois volledig uit hout gemaakt. Ik weet zeker dat de mensen aan wie ik toonde dat de brandslangkast uit recyclagehout gemaakt was, de volgende keer dat ze zo’n kast zien even zullen stilstaan en twijfelen of die nu wel echt is. Dat soort verwarring vind ik fantastisch. Er moet iets wringen aan mijn beelden. Eigenlijk is dat wat Magritte, op een totaal andere manier weliswaar, ook al deed: voorwerpen hercontextualiseren om er op een andere manier naar te kunnen kijken.

Je noemt je schaalmodellen en tekeningen proposals. Is een werk voor de publieke ruimte een toevoeging eraan?
Het is zeker geen toevoeging. Ik probeer eerder het schrijnende of het absurde van de publieke ruimte uit te vergroten. Het is ook heel erg belangrijk voor me dat mijn werk niet functioneel is. Ik zag het woord proposal eigenlijk meer als een voorstel naar een mogelijks geïnteresseerde galerie of museum. Een voorstel voor een werk dus eigenlijk. We zouden het tegelijkertijd ook als een voorstel voor de publieke ruimte kunnen zien, maar dan wel een compleet disfunctioneel voorstel van een totaal geschifte ambtenaar of stedenbouwkundige.

Wat wil je in Bekegem tonen?
De situatie is als volgt: ik doe alsof er een ringweg rond Bekegem komt. Die heb ik al op een stedenbouwkundig plan uitgetekend. De gemeente heeft het net goedgekeurd en de bewoners keren zich tegen het idee. Ik vraag aan mensen om thuis posters op te hangen met slogans als: “Mobiliteit oké, maar wat dan met ons zicht?”

Zo thematiseer je toch de verschillende dynamieken van stedelijkheid en ruraliteit?
Inderdaad, ik verplaats een stedelijk concept naar een dorpelijke context. Het idee van de ring rond Bekegem is disproportioneel. Ik speel daar ook expliciet op in door alle stedelijke elementen mee te nemen in mijn campagne tegen de fictieve ring. De flyers en posters die ik zal verdelen zullen spreken over bevordering van toerisme, parkings, lage emissiezones en een autoluw centrum. Die redeneringen zijn niet alleen absurd in een dorp als Bekegem, maar ook in de stad zelf. Ik kan die absurditeit echter nergens zo goed aantonen als in een dorp. Op die manier kan grappig genoeg net Bekegem ons iets leren over wat een stad is.

 

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018

Bio

Elias Cafmeyer (°1990, B) volgde de opleiding Ruimtelijke Kunst aan Sint-Lucas Antwerpen. Daar behaalde hij vorig jaar een Master in de Beeldende Kunst, wat meteen verzilverd werd met de STRT Schot prijs. Zijn werk was eerder al te zien in verschillende exporuimtes in Antwerpen zoals Keteleer Gallery en DE Studio. Van 22 juni tot 2 september exposeert hij in het S.M.A.K. (Gent) als een van de Coming People.

Credits

FOTO Shing Chan