Marijs Kempynck

WE ACT WE GLOW WE BURN WE REACT WE MAINTAIN WE PERSIST WE ACT #2

Workshops

In aanloop naar Kunstenfestival PLAN B 2018 krijg je voor het eerst de kans om zelf aan de slag te gaan. Laagdrempelig, samen en petit comité, en vooral zéér aan te raden. In haar workshop borduurt Marijs Kempynck samen met de deelnemers tekens op een mier, symbool voor tastend zoeken naar een nieuwe toekomst. Welke wensen en dromen koesteren we, voor onszelf, voor onze omgeving? Hoe zou je die vorm kunnen geven? Het resultaat wordt gepresenteerd tijdens het festivalweekend in een stoet.

 

ZAT 1 & ZON 2 SEPT, telkens VAN 14u tot 18u
Met een stoet op ZON 2 SEPT, om 18u30
LOCATIE - De Kouter, Bekegem
VOOR - Alle leeftijden (kinderen vanaf 9 jaar onder begeleiding van een volwassene)
Geen voorkennis vereist.
Verschillende workshopmomenten zijn combineerbaar, al is dit zeker geen vereiste
GRATIS

Interesse om deel te nemen aan één van de workshopmomenten of om zelf mee te stappen in de stoet?
Laat het ons hier weten. Inschrijven kan t.e.m. 20 AUG.


 

Lees meer

Interview Marijs Kempynck

Door Vincent Focquet
Het werk van Marijs Kempynck (°1961) brengt mensen samen. De Gentse beeldende kunstenaar brengt deze verbindingen tot stand met eenvoudige middelen: textiel en een gemeenschappelijk doel. We bespreken haar pogingen tot het creëren van gemeenschappelijkheid in een wereld die daar steeds minder waarde aan lijkt te hechten.

VINCENT FOCQUET: Je studeerde met een tussenperiode van 20 jaar aan dezelfde school. Wat gebeurde er tussen die twee studies?
MARIJS KEMPYCNK: 20 jaar geleden studeerde ik Toegepaste Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, de school die we nu KASK noemen. Daarna heb ik lesgegeven. Eerst werkte ik als leerkracht Plastische Opvoeding in het secundair onderwijs, daarna in het Onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen (OKAN). Na een paar jaar in een nieuw Gents centrum voor anderstalige kinderen op lagere school niveau ben ik uiteindelijk zorgleerkracht geworden. Dat beroep oefen ik nog steeds uit. Na al die jaren in het onderwijs wou ik mijn horizon weer verbreden en ben ik naar KASK gegaan om er Autonome Vormgeving te studeren. Dat bleek een keuze die ik al veel eerder had moeten maken.

Je studeerde af met een project rond vlaggen, kan je daar iets meer over vertellen?
Mijn masterproject vond plaats in de Gentse buurt de Brugse Poort. Daar werkte ik samen met drie naaiateliers. Ik ging met de deelnemers een gesprek aan op basis van de vraag naar het fundament van hun leven. Met zo’n startpunt kom je natuurlijk snel bij heel abstracte begrippen als vriendschap, liefde en natuur. Die begrippen hebben we via tekeningen geprobeerd te vertalen naar vlaggen die we samen genaaid hebben. Uiteindelijk hebben we met die vlaggen meegestapt in de parade van het sociaal-artistiek project Bij’ De Vieze Gasten. De vlaggen op zich waren niet politiek geladen, maar natuurlijk is de manier van samenkomen dat wel.

Je werk vertrekt steeds vanuit het materiaal textiel, vanwaar die fascinatie?
Ik weet niet precies waar die voorkeur vandaan komt. Er zijn natuurlijk belangrijke voordelen. De gelaagdheid van verschillende generaties, visies en mensen kunnen tot uitdrukking komen in de lagen stof die je bij het naaien samenbrengt. Die gelaagdheid beoog ik wanneer ik met een groep werk. Ik vind het vandaag ook belangrijk om tijd te nemen voor werk. Het ambachtelijke facet van textiel maakt dat mogelijk. Textiel staat me verder ook toe om samen te werken als collectief. Zo nemen we niet alleen tijd voor het werk, maar ook voor elkaar. Een andere inspiratie die me bij textiel bracht, zijn de processies voor heiligen die in de Middeleeuwen plaatsvonden. Mensen liepen toen collectief achter een banier aan. Die banier vertoonde een ongelooflijke gelaagdheid en vroeg een onvoorstelbaar aantal uren borduurwerk.

Die processies tonen een collectiviteit die vandaag verloren lijkt te zijn. Probeer je in je werk een gevoel voor gemeenschappelijkheid aan te wakkeren?
Er is volgens mij zoiets als een collectief bewustzijn. Vroeger had je de godsdiensten waarin iedereen moest geloven als je deel wou zijn van een gemeenschap. Ik voel dat er nu nood is aan een gemeenschappelijk idee waar we ons achter kunnen scharen, iets om samen in te geloven. Ik probeer dat collectief bewustzijn in mijn werk aan te spreken. Ik wil iets in gang zetten. Mijn werk kan slechts functioneren door engagement binnen een gemeenschap. Aandacht is daarbij een belangrijk woord. Ik probeer contexten te scheppen waarin mensen op een positieve manier aandacht hebben voor het werk en de personen waarmee ze dat werk samen uitvoeren.

 

“Ik voel dat er nu nood is aan een gemeenschappelijk idee waar we ons achter kunnen scharen, iets om samen in te geloven.”

 

Hoe zet je die collectieve drive concreet in gang?
Door als eerste de mensen aan te spreken. Daarna ga ik op zoek naar gemeenschappelijke interesses. Via die gemeenschappelijke ideeën kan je mensen samenbrengen. Het kan echter niet bij gepraat blijven, iets moet gemaakt worden. Dat maakt niet alleen dat mensen makkelijker aan de praat raken, het verandert natuurlijk ook de manier waarop mensen samenkomen. In De Ambachtsman: de mens als maker schrijft socioloog Richard Sennett het volgende: “De capaciteiten die ons lichaam heeft om fysieke dingen vorm te geven, zijn dezelfde capaciteiten waar we voor sociale relaties gebruik van maken.” Het is belangrijk voor mij om niet in mijn eentje werk te maken in mijn atelier en het dan aan een publiek te tonen. Ik denk dat er meer mogelijk is door mensen op een directe manier aan te spreken en ervoor te zorgen dat mijn werk op een gemeenschappelijke manier tot stand komt.

In je atelier zag ik al een prototype voor een grote mier. Wat ben je daarmee van plan tijdens Kunstenfestival PLAN B?
Ik wil een groep inwoners van Bekegem samenbrengen om te werken aan een grote mier. De mier staat symbool voor organisch en collectief handelen. Het is een individu dat zich ervan bewust is dat het in een groter geheel leeft. In navolging van dit idee vertrekken we vanuit de vraag: “Hoe denk je te kunnen samenwerken aan een ‘nieuwe’ maatschappij?” Het zich bewust zijn van de eigen identiteit en dat besef kunnen uitdrukken, daar gaat het me om. Vanuit de antwoorden die we op die vraag formuleren, kunnen we patronen en stoffen aanbrengen op de mier. Om het collectief te bestendigen en ons werk te tonen, wandelen we op 2 september in een optocht waarbij we de mier door Bekegem dragen.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018

Lees minder

Marijs Kempynck

Bio

Marijs Kempynck (°1961, B) studeerde vorig jaar af aan de opleiding Autonome Vormgeving van KASK Gent. In haar werk gaat ze aan de slag met processen van gemeenschappelijkheid en co-creatie. Daarbij gebruikt ze textiel als tastbare drager van het dagelijkse leven; een metafoor voor het fragiele, het minimale. Werk van Marijs was eerder te zien in Gent tijdens Civil Disobedience (In De Ruimte), 019 en het Textielfestival 2017 in Ronse. Ook zette ze verschillende workshops, projecten en manifestaties op, zoals tijdens het Rode Hond festival (Leuven) en tijdens Het Bewegend Feest (Gent).

 

Credits

Foto Helena Braet

Workshops

In aanloop naar Kunstenfestival PLAN B 2018 krijg je voor het eerst de kans om zelf aan de slag te gaan. Laagdrempelig, samen en petit comité, en vooral zéér aan te raden. In haar workshop borduurt Marijs Kempynck samen met de deelnemers tekens op een mier, symbool voor tastend zoeken naar een nieuwe toekomst. Welke wensen en dromen koesteren we, voor onszelf, voor onze omgeving? Hoe zou je die vorm kunnen geven? Het resultaat wordt gepresenteerd tijdens het festivalweekend in een stoet.

 

ZAT 1 & ZON 2 SEPT, telkens VAN 14u tot 18u
Met een stoet op ZON 2 SEPT, om 18u30
LOCATIE - De Kouter, Bekegem
VOOR - Alle leeftijden (kinderen vanaf 9 jaar onder begeleiding van een volwassene)
Geen voorkennis vereist.
Verschillende workshopmomenten zijn combineerbaar, al is dit zeker geen vereiste
GRATIS

Interesse om deel te nemen aan één van de workshopmomenten of om zelf mee te stappen in de stoet?
Laat het ons hier weten. Inschrijven kan t.e.m. 20 AUG.


 

Interview Marijs Kempynck

Door Vincent Focquet
Het werk van Marijs Kempynck (°1961) brengt mensen samen. De Gentse beeldende kunstenaar brengt deze verbindingen tot stand met eenvoudige middelen: textiel en een gemeenschappelijk doel. We bespreken haar pogingen tot het creëren van gemeenschappelijkheid in een wereld die daar steeds minder waarde aan lijkt te hechten.

VINCENT FOCQUET: Je studeerde met een tussenperiode van 20 jaar aan dezelfde school. Wat gebeurde er tussen die twee studies?
MARIJS KEMPYCNK: 20 jaar geleden studeerde ik Toegepaste Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, de school die we nu KASK noemen. Daarna heb ik lesgegeven. Eerst werkte ik als leerkracht Plastische Opvoeding in het secundair onderwijs, daarna in het Onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen (OKAN). Na een paar jaar in een nieuw Gents centrum voor anderstalige kinderen op lagere school niveau ben ik uiteindelijk zorgleerkracht geworden. Dat beroep oefen ik nog steeds uit. Na al die jaren in het onderwijs wou ik mijn horizon weer verbreden en ben ik naar KASK gegaan om er Autonome Vormgeving te studeren. Dat bleek een keuze die ik al veel eerder had moeten maken.

Je studeerde af met een project rond vlaggen, kan je daar iets meer over vertellen?
Mijn masterproject vond plaats in de Gentse buurt de Brugse Poort. Daar werkte ik samen met drie naaiateliers. Ik ging met de deelnemers een gesprek aan op basis van de vraag naar het fundament van hun leven. Met zo’n startpunt kom je natuurlijk snel bij heel abstracte begrippen als vriendschap, liefde en natuur. Die begrippen hebben we via tekeningen geprobeerd te vertalen naar vlaggen die we samen genaaid hebben. Uiteindelijk hebben we met die vlaggen meegestapt in de parade van het sociaal-artistiek project Bij’ De Vieze Gasten. De vlaggen op zich waren niet politiek geladen, maar natuurlijk is de manier van samenkomen dat wel.

Je werk vertrekt steeds vanuit het materiaal textiel, vanwaar die fascinatie?
Ik weet niet precies waar die voorkeur vandaan komt. Er zijn natuurlijk belangrijke voordelen. De gelaagdheid van verschillende generaties, visies en mensen kunnen tot uitdrukking komen in de lagen stof die je bij het naaien samenbrengt. Die gelaagdheid beoog ik wanneer ik met een groep werk. Ik vind het vandaag ook belangrijk om tijd te nemen voor werk. Het ambachtelijke facet van textiel maakt dat mogelijk. Textiel staat me verder ook toe om samen te werken als collectief. Zo nemen we niet alleen tijd voor het werk, maar ook voor elkaar. Een andere inspiratie die me bij textiel bracht, zijn de processies voor heiligen die in de Middeleeuwen plaatsvonden. Mensen liepen toen collectief achter een banier aan. Die banier vertoonde een ongelooflijke gelaagdheid en vroeg een onvoorstelbaar aantal uren borduurwerk.

Die processies tonen een collectiviteit die vandaag verloren lijkt te zijn. Probeer je in je werk een gevoel voor gemeenschappelijkheid aan te wakkeren?
Er is volgens mij zoiets als een collectief bewustzijn. Vroeger had je de godsdiensten waarin iedereen moest geloven als je deel wou zijn van een gemeenschap. Ik voel dat er nu nood is aan een gemeenschappelijk idee waar we ons achter kunnen scharen, iets om samen in te geloven. Ik probeer dat collectief bewustzijn in mijn werk aan te spreken. Ik wil iets in gang zetten. Mijn werk kan slechts functioneren door engagement binnen een gemeenschap. Aandacht is daarbij een belangrijk woord. Ik probeer contexten te scheppen waarin mensen op een positieve manier aandacht hebben voor het werk en de personen waarmee ze dat werk samen uitvoeren.

 

“Ik voel dat er nu nood is aan een gemeenschappelijk idee waar we ons achter kunnen scharen, iets om samen in te geloven.”

 

Hoe zet je die collectieve drive concreet in gang?
Door als eerste de mensen aan te spreken. Daarna ga ik op zoek naar gemeenschappelijke interesses. Via die gemeenschappelijke ideeën kan je mensen samenbrengen. Het kan echter niet bij gepraat blijven, iets moet gemaakt worden. Dat maakt niet alleen dat mensen makkelijker aan de praat raken, het verandert natuurlijk ook de manier waarop mensen samenkomen. In De Ambachtsman: de mens als maker schrijft socioloog Richard Sennett het volgende: “De capaciteiten die ons lichaam heeft om fysieke dingen vorm te geven, zijn dezelfde capaciteiten waar we voor sociale relaties gebruik van maken.” Het is belangrijk voor mij om niet in mijn eentje werk te maken in mijn atelier en het dan aan een publiek te tonen. Ik denk dat er meer mogelijk is door mensen op een directe manier aan te spreken en ervoor te zorgen dat mijn werk op een gemeenschappelijke manier tot stand komt.

In je atelier zag ik al een prototype voor een grote mier. Wat ben je daarmee van plan tijdens Kunstenfestival PLAN B?
Ik wil een groep inwoners van Bekegem samenbrengen om te werken aan een grote mier. De mier staat symbool voor organisch en collectief handelen. Het is een individu dat zich ervan bewust is dat het in een groter geheel leeft. In navolging van dit idee vertrekken we vanuit de vraag: “Hoe denk je te kunnen samenwerken aan een ‘nieuwe’ maatschappij?” Het zich bewust zijn van de eigen identiteit en dat besef kunnen uitdrukken, daar gaat het me om. Vanuit de antwoorden die we op die vraag formuleren, kunnen we patronen en stoffen aanbrengen op de mier. Om het collectief te bestendigen en ons werk te tonen, wandelen we op 2 september in een optocht waarbij we de mier door Bekegem dragen.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018

Bio

Marijs Kempynck (°1961, B) studeerde vorig jaar af aan de opleiding Autonome Vormgeving van KASK Gent. In haar werk gaat ze aan de slag met processen van gemeenschappelijkheid en co-creatie. Daarbij gebruikt ze textiel als tastbare drager van het dagelijkse leven; een metafoor voor het fragiele, het minimale. Werk van Marijs was eerder te zien in Gent tijdens Civil Disobedience (In De Ruimte), 019 en het Textielfestival 2017 in Ronse. Ook zette ze verschillende workshops, projecten en manifestaties op, zoals tijdens het Rode Hond festival (Leuven) en tijdens Het Bewegend Feest (Gent).

 

Credits

Foto Helena Braet