Willem De Haan

Gates for Bekegem

Atelier B / Gouvernement

Multidisciplinair kunstenaar Willem de Haan maakt voor PLAN B een serie poorten voor bekende en onbekende plekken in het dorp. Deze poorten zijn de letterlijke en figuurlijke link tussen het leven op straat en in huis. Ze nodigen de bezoeker uit om met de bewoners in gesprek te gaan.

Het werk van Willem functioneert doorgaans als een eerbetoon aan de grappige en absurde situaties waarin hij zich dagelijks bevindt. In een vorig leven reageerde Willem daarop met een grap, maar een grap vraagt om reflectie. Want bulderlachen doe je pas eens je de grap ook écht snapt. Omdat hij wil dat zijn werk meer is dan ‘zomaar een grapje’, benadert hij een serieus en kritisch gegeven vanuit een cartooneske, sculpturale, interactieve en soms lachwekkende positie.

WEBSITE

Lees meer

Interview Willem de Haan

Door Vincent Focquet
Willem de Haan (°1996) gaat op een onnavolgbare manier om met situaties in het dagelijkse leven. De jonge, multidisciplinaire kunstenaar uit Nederland ziet zijn werk als een humoristisch eerbetoon aan het alledaagse. Een dialoog over kunst als situatie.

VINCENT FOCQUET: Hoe kwam je er als beeldend kunstenaar toe performances te gaan maken?
WILLEM DE HAAN: Het gebeurde eigenlijk andersom. Ik was altijd al bezig met het maken van situaties. Als tiener tekende ik vaak figuren die vreemde conversaties hadden. Later maakte ik maskers van papier maché en speelde ik de tekeningen na. Zo stond ik op mijn zestiende onder andere verkleed als duivel op de bus te wachten. Ik vind het nu nog steeds belangrijk dat mijn werk een actieve houding aanneemt. De sculpturen die ik maak zijn tools om een absurde, vervreemdende of cartooneske situatie in het dagelijks leven te creëren. Zodra ik ze buiten de studio plaats, spelen ze actief een rol in de maatschappij. Ze functioneren op hetzelfde niveau als mijn buurvrouw en ik als we het afval buiten zetten of naar de kermis gaan. Iedereen die aan een situatie deelneemt beïnvloedt hem ook. Mijn sculpturen, foto’s, performances, installaties... zouden op zo’n manier moeten functioneren: meedoen.

 

“De sculpturen die ik maak zijn tools om een absurde, vervreemdende of cartooneske situatie in het dagelijks leven te creëren. Zodra ik ze buiten de studio plaats, spelen ze actief een rol in de maatschappij.”

 

Welke kunstenaars hebben je werk beïnvloedt? Op welke manier?
Ik heb het altijd al fijn gevonden om te merken dat goede kunst maken helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Op mijn twaalfde kwam ik in Museum Boijmans van Beuningen de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers tegen. De dag daarvoor probeerde ik nog heel realistisch een vrouw uit een magazine na te schilderen. Dat heb ik daarna nooit meer geprobeerd. Daarnaast inspireren kunstenaars me in hoe ze met hun werk omgaan. Ik kan ze dan meer waarderen door hun houding dan door het eindproduct. In die zin is de Nederlandse komiek Gover Meit, die continu verwarring zaait door zijn uiterlijk dagelijks te veranderen, fascinerend. Voor zijn verschillende alter ego’s heeft hij verschillende biografieën uitgegeven.

Je werk lijkt alle kanten op te gaan, je maakt sculpturen maar ook events en foto’s. Waar loopt de rode draad voor jou?
Alles wat ik maak zie ik als een eerbetoon. Die eerbetonen worden op verschillende manieren gebracht en zijn aan uiteenlopende dingen gericht. Wel zijn het vaak de onderwerpen die ik dicht om me heen heb en al lange tijd als ‘gebruikelijk’ ervaar, die een eerbetoon verdienen. Dat zijn dus in het verleden al onder andere zonsondergangen, voetbaltoernooien, slush puppies, rimpelige knieën, kleine verwondingen en vakantiekaarten geweest. Deze onderwerpen komen niet dagelijks in het nieuws. Toch zijn ze van groot belang voor ieders bestaan. Een zonsondergang bijvoorbeeld, daar kom je niet onderuit. Die is er, goed zichtbaar of niet, gewoon elke dag. Daar een kunstwerk aan wijden is niet noodzakelijk, maar moet wel met zorg worden gedaan. Kortom: de dingen zijn zoals ze zijn. De taak van degene die het eerbetoon brengt, is om dit alles in zijn waarde te laten.

 

“Kortom: de dingen zijn zoals ze zijn. De taak van degene die het eerbetoon brengt, is om dit alles in zijn waarde te laten.”

 

Door het maken en deelnemen aan die situaties verlaat je vaak de white cube, de klassieke tentoonstellingsruimte. In welke zin zijn klassieke kunstinstituten beperkend en wat trekt je aan in de publieke ruimte?
De white cube en het dagelijks leven op straat zijn situaties die voor mij als kunstenaar interessant genoeg zijn om aan deel te nemen. Beide plekken bieden me genoeg om op te reageren. Een groot verschil tussen de twee situaties zijn de deelnemers. De mensen die deelnemen aan het dagelijks leven op de Rotterdamse Spanjaardstraat zijn voor een groot deel niet dezelfde mensen als degene die deelnemen aan de white cube van het klassieke kunstinstituut. De deelnemers maken de situatie. Het is dus met elk kunstwerk maar de vraag, in welke situatie moet het functioneren en wie moet er op reageren? De laatste tijd zijn veel van mijn projecten in het wild te zien, op straat, in weilanden en tuinen. Toch schiet er zo nu en dan een kunstwerk bij me te binnen dat zijn rol het best kan spelen in de white cube-situatie.

Moet de kunstwereld en zijn publiek opengebroken worden?
Over het algemeen lijkt openbreken me een fantastisch idee. In mijn werk probeer ik dat echter niet per se te doen. Voor een hoop projecten werkt het goed als het makkelijk toegankelijk is voor een groot publiek, maar bij andere voorbeelden is het tegenovergestelde waar. Het gaat er dus om de juiste omstandigheden te creëren, soms is dat binnen de muren van de instituten maar even vaak erbuiten.

Over het verlaten van de instituten gesproken: Metro Station Eekteweg, een replica van een metrostation in een open weiland, bevraagt expliciet de dynamieken van de stad en het dorp. Wat zijn volgens jou de verschillen?
In de stad is alles in kaart gebracht. In een klein dorp als Haarle, waar de sculptuur stond, moet je het allemaal zelf uitzoeken. Er zijn je nog geen duizenden bezoekers voorgegaan. Toen ik er op locatiebezoek was, kwam ik in een gigantisch uitgestrekt leeg weiland te staan. Zo’n overdreven leegte had ik nog nooit gezien. Ik bedacht me: dit zou een van de hotspots van Haarle kunnen worden. Maar vrienden uit andere delen van het land bleken moeilijk te overtuigen om drie uur te reizen voor een leeg weiland. Haarle was onbereikbaar met het openbaar vervoer en als je met een auto naar het weiland aan de Eekteweg reed, moest je minstens vijf keer achteruit de landweg uit om ruimte te maken voor een passerende tractor. Ik geloofde dat als er midden in dat lege veld een metro zou stoppen, het een populaire plek zou worden. Daarom heb ik een replica van een metrostation gemaakt en hem daar geplaatst. Dat bleek uiteindelijk voor veel mensen reden genoeg om er toch die onhandige reis naartoe te maken.

Wat valt je op in Bekegem?
Bekegem is het perfecte Vlaamse dorp. Ik weet nog weinig van Vlaamse dorpen, maar het lijkt bijna alsof het er als filmset is gebouwd. Het café zit tegenover de kerk en de enige straat die volledig bebouwd is heet, hoe kan het ook anders, de Dorpstraat. Ik ben erg benieuwd hoe plekken er vanbinnen uitzien. Of mensen hun huis even overzichtelijk inrichten als het dorpje zelf. Ik ben benieuwd of alle jongens voetbal spelen en of ze dezelfde favoriete club hebben, of de bakker op een hete dag meer brood of ijsjes verkoopt en wat de ene herenkapper onderscheidt van de andere.

Welk werk zit er in de pijplijn voor PLAN B?
Om hier meer inzicht in te krijgen wil ik samen met een aantal mensen in Bekegem een serie poorten maken. Net zoals Metro Station Eekteweg functioneerde als poort van de stad naar het platteland, dienen de poorten in Bekegem als uitnodiging om bij gebouwen naar binnen te gaan waar je normaal gesproken nooit of juist dagelijks komt. Tegelijk zijn ze ook een presentatie naar de buitenwereld toe van wat er zich binnenin een gebouw afspeelt. Zo zou ik bijvoorbeeld graag een poort maken in samenwerking met de bakker. Als dan blijkt dat de bakker bij warm weer toch liever ijs verkoopt dan brood, wordt de poort wellicht wel van ijs.

Hoe ga je dat concreet maken?
Ik zal met verschillende mensen in gesprek gaan. Vooral over de vraag: wat aan het gebouw waar je woont of werkt is nog niet zichtbaar vanaf de straat en wil je graag naar buiten communiceren? Vervolgens maak ik een ontwerp dat qua vorm en materiaal helemaal past bij de bewoners van een plek. Het zou mooi zijn als de poort een eerste stap biedt in de communicatie over wat er zich binnenin een gebouw afspeelt naar buiten.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018 

Lees minder

Willem de Haan

Bio

Willem de Haan (°1996, NL)  studeerde in 2017 af aan de opleiding Fine Art/BEAR (Base for Experiment Art & Research) binnen ArtEZ, Arnhem. Willem exposeerde recent nog op Civil Disobedience in het Gentse In De Ruimte, en was daarvoor te zien op verschillende exposities in Nederland en daarbuiten.

Atelier B Gouvernement

Multidisciplinair kunstenaar Willem de Haan maakt voor PLAN B een serie poorten voor bekende en onbekende plekken in het dorp. Deze poorten zijn de letterlijke en figuurlijke link tussen het leven op straat en in huis. Ze nodigen de bezoeker uit om met de bewoners in gesprek te gaan.

Het werk van Willem functioneert doorgaans als een eerbetoon aan de grappige en absurde situaties waarin hij zich dagelijks bevindt. In een vorig leven reageerde Willem daarop met een grap, maar een grap vraagt om reflectie. Want bulderlachen doe je pas eens je de grap ook écht snapt. Omdat hij wil dat zijn werk meer is dan ‘zomaar een grapje’, benadert hij een serieus en kritisch gegeven vanuit een cartooneske, sculpturale, interactieve en soms lachwekkende positie.

WEBSITE

Interview Willem de Haan

Door Vincent Focquet
Willem de Haan (°1996) gaat op een onnavolgbare manier om met situaties in het dagelijkse leven. De jonge, multidisciplinaire kunstenaar uit Nederland ziet zijn werk als een humoristisch eerbetoon aan het alledaagse. Een dialoog over kunst als situatie.

VINCENT FOCQUET: Hoe kwam je er als beeldend kunstenaar toe performances te gaan maken?
WILLEM DE HAAN: Het gebeurde eigenlijk andersom. Ik was altijd al bezig met het maken van situaties. Als tiener tekende ik vaak figuren die vreemde conversaties hadden. Later maakte ik maskers van papier maché en speelde ik de tekeningen na. Zo stond ik op mijn zestiende onder andere verkleed als duivel op de bus te wachten. Ik vind het nu nog steeds belangrijk dat mijn werk een actieve houding aanneemt. De sculpturen die ik maak zijn tools om een absurde, vervreemdende of cartooneske situatie in het dagelijks leven te creëren. Zodra ik ze buiten de studio plaats, spelen ze actief een rol in de maatschappij. Ze functioneren op hetzelfde niveau als mijn buurvrouw en ik als we het afval buiten zetten of naar de kermis gaan. Iedereen die aan een situatie deelneemt beïnvloedt hem ook. Mijn sculpturen, foto’s, performances, installaties... zouden op zo’n manier moeten functioneren: meedoen.

 

“De sculpturen die ik maak zijn tools om een absurde, vervreemdende of cartooneske situatie in het dagelijks leven te creëren. Zodra ik ze buiten de studio plaats, spelen ze actief een rol in de maatschappij.”

 

Welke kunstenaars hebben je werk beïnvloedt? Op welke manier?
Ik heb het altijd al fijn gevonden om te merken dat goede kunst maken helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Op mijn twaalfde kwam ik in Museum Boijmans van Beuningen de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers tegen. De dag daarvoor probeerde ik nog heel realistisch een vrouw uit een magazine na te schilderen. Dat heb ik daarna nooit meer geprobeerd. Daarnaast inspireren kunstenaars me in hoe ze met hun werk omgaan. Ik kan ze dan meer waarderen door hun houding dan door het eindproduct. In die zin is de Nederlandse komiek Gover Meit, die continu verwarring zaait door zijn uiterlijk dagelijks te veranderen, fascinerend. Voor zijn verschillende alter ego’s heeft hij verschillende biografieën uitgegeven.

Je werk lijkt alle kanten op te gaan, je maakt sculpturen maar ook events en foto’s. Waar loopt de rode draad voor jou?
Alles wat ik maak zie ik als een eerbetoon. Die eerbetonen worden op verschillende manieren gebracht en zijn aan uiteenlopende dingen gericht. Wel zijn het vaak de onderwerpen die ik dicht om me heen heb en al lange tijd als ‘gebruikelijk’ ervaar, die een eerbetoon verdienen. Dat zijn dus in het verleden al onder andere zonsondergangen, voetbaltoernooien, slush puppies, rimpelige knieën, kleine verwondingen en vakantiekaarten geweest. Deze onderwerpen komen niet dagelijks in het nieuws. Toch zijn ze van groot belang voor ieders bestaan. Een zonsondergang bijvoorbeeld, daar kom je niet onderuit. Die is er, goed zichtbaar of niet, gewoon elke dag. Daar een kunstwerk aan wijden is niet noodzakelijk, maar moet wel met zorg worden gedaan. Kortom: de dingen zijn zoals ze zijn. De taak van degene die het eerbetoon brengt, is om dit alles in zijn waarde te laten.

 

“Kortom: de dingen zijn zoals ze zijn. De taak van degene die het eerbetoon brengt, is om dit alles in zijn waarde te laten.”

 

Door het maken en deelnemen aan die situaties verlaat je vaak de white cube, de klassieke tentoonstellingsruimte. In welke zin zijn klassieke kunstinstituten beperkend en wat trekt je aan in de publieke ruimte?
De white cube en het dagelijks leven op straat zijn situaties die voor mij als kunstenaar interessant genoeg zijn om aan deel te nemen. Beide plekken bieden me genoeg om op te reageren. Een groot verschil tussen de twee situaties zijn de deelnemers. De mensen die deelnemen aan het dagelijks leven op de Rotterdamse Spanjaardstraat zijn voor een groot deel niet dezelfde mensen als degene die deelnemen aan de white cube van het klassieke kunstinstituut. De deelnemers maken de situatie. Het is dus met elk kunstwerk maar de vraag, in welke situatie moet het functioneren en wie moet er op reageren? De laatste tijd zijn veel van mijn projecten in het wild te zien, op straat, in weilanden en tuinen. Toch schiet er zo nu en dan een kunstwerk bij me te binnen dat zijn rol het best kan spelen in de white cube-situatie.

Moet de kunstwereld en zijn publiek opengebroken worden?
Over het algemeen lijkt openbreken me een fantastisch idee. In mijn werk probeer ik dat echter niet per se te doen. Voor een hoop projecten werkt het goed als het makkelijk toegankelijk is voor een groot publiek, maar bij andere voorbeelden is het tegenovergestelde waar. Het gaat er dus om de juiste omstandigheden te creëren, soms is dat binnen de muren van de instituten maar even vaak erbuiten.

Over het verlaten van de instituten gesproken: Metro Station Eekteweg, een replica van een metrostation in een open weiland, bevraagt expliciet de dynamieken van de stad en het dorp. Wat zijn volgens jou de verschillen?
In de stad is alles in kaart gebracht. In een klein dorp als Haarle, waar de sculptuur stond, moet je het allemaal zelf uitzoeken. Er zijn je nog geen duizenden bezoekers voorgegaan. Toen ik er op locatiebezoek was, kwam ik in een gigantisch uitgestrekt leeg weiland te staan. Zo’n overdreven leegte had ik nog nooit gezien. Ik bedacht me: dit zou een van de hotspots van Haarle kunnen worden. Maar vrienden uit andere delen van het land bleken moeilijk te overtuigen om drie uur te reizen voor een leeg weiland. Haarle was onbereikbaar met het openbaar vervoer en als je met een auto naar het weiland aan de Eekteweg reed, moest je minstens vijf keer achteruit de landweg uit om ruimte te maken voor een passerende tractor. Ik geloofde dat als er midden in dat lege veld een metro zou stoppen, het een populaire plek zou worden. Daarom heb ik een replica van een metrostation gemaakt en hem daar geplaatst. Dat bleek uiteindelijk voor veel mensen reden genoeg om er toch die onhandige reis naartoe te maken.

Wat valt je op in Bekegem?
Bekegem is het perfecte Vlaamse dorp. Ik weet nog weinig van Vlaamse dorpen, maar het lijkt bijna alsof het er als filmset is gebouwd. Het café zit tegenover de kerk en de enige straat die volledig bebouwd is heet, hoe kan het ook anders, de Dorpstraat. Ik ben erg benieuwd hoe plekken er vanbinnen uitzien. Of mensen hun huis even overzichtelijk inrichten als het dorpje zelf. Ik ben benieuwd of alle jongens voetbal spelen en of ze dezelfde favoriete club hebben, of de bakker op een hete dag meer brood of ijsjes verkoopt en wat de ene herenkapper onderscheidt van de andere.

Welk werk zit er in de pijplijn voor PLAN B?
Om hier meer inzicht in te krijgen wil ik samen met een aantal mensen in Bekegem een serie poorten maken. Net zoals Metro Station Eekteweg functioneerde als poort van de stad naar het platteland, dienen de poorten in Bekegem als uitnodiging om bij gebouwen naar binnen te gaan waar je normaal gesproken nooit of juist dagelijks komt. Tegelijk zijn ze ook een presentatie naar de buitenwereld toe van wat er zich binnenin een gebouw afspeelt. Zo zou ik bijvoorbeeld graag een poort maken in samenwerking met de bakker. Als dan blijkt dat de bakker bij warm weer toch liever ijs verkoopt dan brood, wordt de poort wellicht wel van ijs.

Hoe ga je dat concreet maken?
Ik zal met verschillende mensen in gesprek gaan. Vooral over de vraag: wat aan het gebouw waar je woont of werkt is nog niet zichtbaar vanaf de straat en wil je graag naar buiten communiceren? Vervolgens maak ik een ontwerp dat qua vorm en materiaal helemaal past bij de bewoners van een plek. Het zou mooi zijn als de poort een eerste stap biedt in de communicatie over wat er zich binnenin een gebouw afspeelt naar buiten.

UIT: PUBLICATIE KUNSTENFESTIVAL PLAN B 2018 

Bio

Willem de Haan (°1996, NL)  studeerde in 2017 af aan de opleiding Fine Art/BEAR (Base for Experiment Art & Research) binnen ArtEZ, Arnhem. Willem exposeerde recent nog op Civil Disobedience in het Gentse In De Ruimte, en was daarvoor te zien op verschillende exposities in Nederland en daarbuiten.